18-02-06

Hoe word ik één van Prieeltjes' literaire helden? Een illustratie.

 

Een korte inleiding:

 

 

Saïdjah en Adinda hebben al van kindsbeen af een speciale band,

toen ze nog baby's waren hadden hun families reeds hun huwelijk bezegeld en onclichématig waren deze twee hier wel heel gelukkig mee.

De ultieme ontmoetingsplek van de twee geliefden is onder een oude boom op een heuvel in een veld, iets buiten het dorp.

Clichématig, daarentegen, slaat het noodlot toe en door financiële tegenslagen is Saïdjah genoodzaakt om in de grote stad te gaan werken om zijn familie te onderhouden.

Hij belooft echter aan Adinda dat wanneer hij terugkomt, over exact zesendertig manen, hij met haar zal huwen.

 

De weg terug van( en naar uiteraard ook) de stad is lang, als enige afleiding zingt Saïdjah liedjes die hij zelf verzint:

 

Saïdjah's zang.

 

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb de grote zee gezien aan de Zuidkust, toen ik daar was met mijn vader, om zout te maken.
Als ik sterf op de zee, en men werpt mijn lichaam in het diepe water, zullen er haaien komen.
Ze zullen rondzwemmen om mijn lijk, en vragen: ‘wie van ons zal het lichaam verslinden, dat daar daalt in het water?’

 

Ik zal ‘t niet horen.

 

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb het huis zien branden van Pa-Ansoe, dat hij zelf had aangestoken omdat hij mata-glap was.
Als ik sterf in een brandend huis, zullen er gloeiende stukken hout neervallen op mijn lijk.
En buiten het huis zal een grote geroep zijn van mensen, die water werpen om het vuur te doden.

 

Ik zal ‘t niet horen.

 

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb den kleinen Si-Oenah zien vallen uit de klapa-boom, toen hij een klapa plukte voor zijn moeder.
Als ik val uit een klapa-boom, zal ik dood neerliggen aan den voet, in de struiken, als Si-Oenah.
Dan zal mijn moeder niet schreien, want zij is dood. Maar anderen zullen roepen: ‘zie, daar ligt Saïdjah!’ met harde stem.

 

Ik zal ‘t niet horen.

 

Ik weet niet waar ik sterven zal.
Ik heb het lijk gezien van Pa-Lisoe, die gestorven was van hogen ouderdom, want zijn haren waren wit.
Als ik sterf van ouderdom, met witte haren, zullen de klaagvrouwen om mijn lijk staan.
En zij zullen misbaar maken als de klaagvrouwen bij Pa-Lisoe’s lijk. En ook de kleinkinderen zullen schreien, zeer luid.

 

Ik zal ‘t niet horen.

 

Ik weet niet waar ik sterven zal.

Ik heb velen gezien te Badoer, die gestorven waren. Men kleedde heb in een wit kleed, en begroef hen in den grond.
Als ik te sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de desa, oostwaarts tegen den heuvel, waar het gras hoog is…
Dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…

 

Ik zal het horen.

 

(Multatuli, 1820-1887)

 

Uit: Multatuli, Max Havelaar.

 

 

 

01:55 Gepost door Prieeltje | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

Commentaren

allé joeng! Blij dat ik gelezen word door u.

Gepost door: rotsboom | 18-02-06

Max Havelaar de max van een boek... Een echte droogstoppel, en dat maakt het er uiteindelijk fun op... :)

Gepost door: Anne | 18-02-06

die adinda en saïdjah zucht
...
heb ik al lang een band mee...
de mooiste zin:
"de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…"
het timbre, het geluid, de blik van die zin, 'zachtkens'...
hemels...
x

Gepost door: abnormalia | 18-02-06

Hmmm... Vorig jaar had'k Max Havelaar hier thuis liggen, maar 'k heb 'm niet gelezen en verkocht.

Oeps. :$

Gepost door: Anneke | 20-02-06

Vrolijk... Vrolijk deuntje hier!

Gepost door: Muzieknoot | 22-02-06

hej ik heb een machtig boek gekregen!
voor mijn verjaardag.de reisavonturen van jeroen ;)

Gepost door: lieke brood | 23-02-06

De commentaren zijn gesloten.